
53. De Leren- en Contact-Kring
Elke maand geef ik een online lezing over een onderwerp
uit de radiotechniek of -geschiedenis,
te volgen op dit
Jitsi Kanaal:
Leren en Contact Kring (klik op foto rechts).
Aanmelden, betalen of lid worden is niet nodig,
je kunt op een LC-Kring avond gewoon naar dit kanaal surfen.
Lees hier eventueel hoe Jitsi werkt.
De bijna-vaste avond voor de LC-Kring
is de tweede woensdag van de maand (start om 19.30)
en meestal zijn er 15 tot 20 deelnemers.
Programma van lezingen
De onderwerpen van ongeveer vijf jaar LC-Kring vind je
in de eerste vijftig lezingen
(tot november 2024).
Hieronder staan verdere lezingen, met diaserie,
om te zien waar de lezingen over gingen
of meer over het onderwerp te lezen (bv. via de links in de dia's).
Zenders zitten soms erg dicht op elkaar op de afstemschaal,
het is dan lastig om precies af te stemmen en
ook om te weten welke frequentie je precies hebt.
Wat hebben radiomakers gedaan om de stations wat ruimer
over de schaal te verspreiden?
Van het bekendere Philips toestel B3X91A is ook dit wat luxere
houten toestel afgeleid.
We kijken kort naar de techniek en vergelijken deze radio
met de Erres RA653.1.
Wat kunnen we zeggen over de stationsnamen op de schaal?
Veel stations op de tropenband zenden uit in enkelzijband,
daaro bespreken we de Toekan: een klein apparaatje dat een
externe BFO voor buizenradio's is.
Hoe klein kun je een versterker maken?
Klassieke Hifi-versterkers worden veel gebruikt,
het zijn flinke zwarte apparaten die wel 40 tot 80W
per box kunnen afgeven.
Met mijn stelling dat je al die Watts niet nodig hebt,
trap ik wel op wat gevoelige teentjes,
daarom zal ik dit extra goed onderbouwen
(met historische gegevens en metingen).
Een veel lichtere versterker ("mini versterker"),
die je bijvoorbeeld uit PC-boxjes kunt slopen,
is al veel kleiner en gebruikt maar een tiende van de stroom.
Dat laatste is natuurlijk heel fijn nu we, volgens het IEA,
voor de grootste energiecrisis ooit staan.
Dan bekijken we de relatie tussen voedingsspanning
en maximaal haalbaar vermogen voor de Single Ended Push Pull
en voor de brugversterker.
De brugversterker, zoals bv de TDA7297,
kan al genoeg vermogen doorgeven
met een voeding van 5V, als van een USB opladertje.
Om de versterkers nog kleiner te maken moet het koellichaam eraf,
daarvoor is een ontwerp nodig dat vrijwel geen warmte genereert
en dat is de klasse D versterker.
Voor het IEA (en je energierekening) is het fijn dat het verbruik
met nog een factor tien wordt teruggebracht.
De PAM8403 ("micro versterker") kun je al bijna niet meer zien,
en het grootste deel van de punaise-versterker
bestaat uit de volumeregelaar en de aansluitingen.
Die grote onderdelen kunnen vervallen als de versterker
wordt opgenomen in een geïntegreerd ontwerp
zoals de Bluetooth/FM/Versterker ("nano versterker") modules.
Aan de slag! Je krijgt tips om lekker te knutselen
en zulke versterkers zelf te maken en uit te proberen.
Dat je weerstanden en condensators kunt meten met een brugschakeling
is bekend en veel mensen hebben wel eens zo'n brugje gebouwd.
Met deze Marconi meetbrug kan dat ook,
en je kunt er ook spoelen mee meten waarbij als referentie
een condensator wordt gebruikt.
Met een weerstand bij de referentie-condensator
kun je ook de verliesfactor van een spoel of condensator bepalen.
De lezing behandelt eerst de theorie van meetbruggen
en en een paar praktische overwegingen.
In 1997 heb ik zelf een Zingende Meetbrug gemaakt
voor weerstanden en condensators
(maar na 1998 niet meer nodig gehad).
Dan bespreken we de Marconi brug in drie delen:
de vier pijlers van de brug, de voeding en de meetversterker.
En vooruit, we meten even een weerstandje, een condensatortje
en een spoeltje!
All American Five is de Amerikaanse aanduiding
voor goedkope, kleine radio's zonder voedingstrafo,
vergelijkbaar met de Europese Uutjes.
De werking van deze Amerikaanse mini-radio's
is natuurlijk net als hun Europese tegenhanger,
maar er zijn toch ook wel grote verschillen.
Wat wil je nog weten als je al bekend bent met Uutjes
en je in de Amerikaanse radio's wilt verdiepen?
Natuurlijk worden er een paar AA5's getoond
(niet allemaal met precies vijf buizen zoals de naam suggereert)
en de verschillen met Europese radio's besproken.
Er zijn een paar handigheidjes die je een hoop gepuzzel schelen
als je een Amerikaanse radio onder handen neemt.
De driehoekjes bij 640 en 1240kHz zijn Conelrad markeringen.
Een AA5 kan op 230V spelen met een serieweerstand,
verhuistransformator, verhuiscondensator, Sanshin-condensator
of diode (boe!) en we bekijken de voor- en nadelen van allemaal.
De (aanraak)veiligheid van AA5-jes is vaak wel beroerd,
even hier goed op letten graag!
Ooit was scanneren een boeiende en bloeiende hobby,
want je kon meeluisteren met veiligheidsdiensten, taxi's en
(auto)telefoons, en allerlei lief en leed zat je op de voorste rij.
Die gesprekken zijn tegenwoordig allemaal digitaal en gecodeerd,
dus is er veel minder om naar te luisteren.
We gaan kijken wat voor scanners er waren en zijn, vooral de
handscanner Yupiteru MVT-7100
was een mooi ding.
En hoe je ze kunt gebruiken,
en of er nog iets verrassends op te horen is.
Je komt gebruikte scanners op onverwachte plekken tegen,
zoals de Uniden UBC360,
bij (oudere) kerkleden die ermee naar kerkdiensten luisteren.
Een kleine Erres radio, een midden-Uutje.
We bespreken wat Erres verder nog voor radio's maakte in die tijd,
en de basisprincipe's achter midden-uutjes.
De Midget werd in diverse varianten gemaakt,
er was zelfs een batterij-versie van.
We bespreken een paar details uit het schema,
hoe je een midden-uutje aan de praat krijgt,
en dan is het lekker luisteren geblazen!
Radiobuizen gebruiken veel energie,
maar helaas is er niet overal een lichtnet,
en daarom waren er ook buizenradio's die op batterijen werkten.
De jaren vijftig waren de Gouden Periode
van deze Batterijontvangers.
In deze lezing kijken we eerst naar de ontwikkeling van batterijradio's,
beginnend bij de jaren twintig (toen alle radio's batterijgevoed waren),
tot hun plotselinge massale uitsterving in 1958.
Batterijbuizenradio's zijn allereerst gewoon buizenradio's,
maar als je er eentje gaat repareren kun je toch wel
een paar onbekende, maar gelukkig niet onbegrijpelijke,
schakelingen tegenkomen.
De vraag hoe je batterijradio's in de 21e eeuw kunt voeden,
zullen we wel bespreken maar niet helemaal beantwoorden.
Het is ook leuk om even te kijken
naar de allerkleinste buizentoestellen,
namelijk hoorapparaten en de Tecla zakradio.
Als het lukt, krijgen jullie ook batterijradio's te horen
(ik heb er pas twee overgenomen via het NFOR).
Een fraaie Russische reiswekkerradio,
gelukkig met nog werkend uurwerk.
Elektronica in Rusland werkt net als in het Westen,
toch zijn er wel structurele verschillen tussen
Oost- en West-Europese portables.
Wat deed ik toch steeds in Slowakije,
hoe kun je daar het best een radiootje kopen?
Wat is een transistor en hoe kun je daarmee versterken?
En hoe werkt zo'n leuk klein radiootje nou precies?
Nu er op de kortegolf omroepbanden steeds minder te horen is,
wil je misschien ook eens buiten die banden luisteren
en al snel kom je dan enkelzijband-uitzendingen tegen.
Enkelzijband (Engels: SSB, Single Side Band)
wordt door zendamateurs gebruikt,
en door bv. weerstations en andere diensten.
De lezing behandelt theorie achter enkelzijband,
zoals de Quadratuur-Modulator,
proefjes die je zelf thuis kunt doen,
en ideeën om te gaan knutselen.
We gaan kijken op welke frequenties je SSB kunt horen en
hoe dat moet.
Goede ontvangers met SSB zijn rond 100 euro te koop,
maar ook zonder zo'n speciale ontvanger kun je SSB horen,
met een meetzender bij je radio of de twee-ontvangermethode.
Thuisknutselaars kunnen een omroepdoos ombouwen
tot SSB-ontvanger, en dat blijkt vrij simpel te zijn,
maar de prestaties zullen achterblijven bij een fabriekstoestel.
De frequenties tussen 1600 (Middengolf) en 5800kHz (Kortegolf)
zijn voor velen onbekend terrein.
De avontuurlijke benaming Visserijband
en de exotische aanduiding Tropenband
roepen beelden op van opspattend boegwater en verre reizen.
De LC-Kring neemt (weer) een kijkje
op deze mooie golfband!
Eerst bespreken we de termen Visserij- en Tropenband:
waar komen deze benamingen vandaan, zijn ze terecht en actueel?
"Tropenradio's" klinkt exotisch,
maar we zien veel modellen met deze band, die vaak Korte golf heet.
Wat heb je nodig om uitzendingen op de Tropenband te horen?
Een gevoelige ontvanger is geen luxe, liefst digitaal met SSB,
en je kunt er zelf een raamantenne bij maken.
Wat je dan kunt horen:
meer omroepzenders dan op de Lange golf, amateurs, The Buzzer,
piepjes, piraten en weerinformatie voor als je gaat vliegen.
Stations uit de Tropen zitten er meestal niet meer tussen...
want Canada en de US horen daar niet bij.
Rond 1960 wisten Franse radiofabrikanten al heel goed,
hoe je een mooi werkende MG/LG portable kon maken.
Deze Clarville PP8
was dan ook een plezier in het gebruik.
Typisch Frans zijn het gebruik van platte 4,5V batterijen,
de ontvangst van Lange Golf
en een aansluiting voor een auto-antenne.
We bekijken het schema, voor een groot deel vertrouwd
maar ook met een paar bijzonderheden.
We rekenen een paar elektronica-formules na,
dus houd je rekenlineaal, rekenmachientje of Excel-blad bij de hand!
In reclames is alles nog mooier dan in de werkelijkheid,
en we lopen dan ook de advertentie even door.
Het inbouwen van een netvoeding of andere batterij
levert een klein probleempje op,
gelukkig is hier een klein oplossinkje voor.
We pakken er even wat muziek uit die tijd bij en ja hoor,
dat klinkt nog prima!
In Nederland kregen radio's alleen een typenummer,
maar in Duitsand vaak ook een naam:
Hurricane de Luxe klinkt al mooier dan 50IC361.
De Hurricane de Luxe is een grote halfgeleider-portable
met vijf AM banden en FM.
Wat was het tijdsbeeld, wat voor electronica was populair
en waarmee hield Philips zich bezig in 1971?
Na wat informatie over Philips miniaturisering
kijken we naar een paar typische Hurricane-schakelingen:
potmeter-afstemming, voorkeuzes,
Tropenband, Idzerda-fijnregeling.
Waar kun je deze mooie radio voor gebruiken?
Het geluid (zeker op FM) is natuurlijk,
zoals we van Philips gewend zijn, uit de kunst,
maar hoe zit het met de ontvangst op de AM?
Een kleine RF-generator, die je nog veel ziet op beurzen.
Wat voor RF-generators bestaan er,
waar kun je op letten bij het kopen, en
waarin verschillen ze van LF-generators?
We bekijken de werking van de Leader LSG-10
in vijf deelschakelingen
(voeding, oscillator, LF-deel, modulator, uitgang).
Wat kun je ermee,
en kun je hem nauwkeuriger laten werken?
Ballastcondensators werden eerder besproken op de LC-Kring
als alternatief voor de voedingsweerstand in U-toestellen,
en de Uutjes worden ook deze keer besproken.
Maar ook in moderne apparaten vind je vaak een ballastcondensator,
bv in de Senseo of in digitale schakelklokken en energiemeters.
Waarom gaan die toch zo vaak voortijdig stuk?
We bekijken de theorie en toepassingen van deze voedingen
(ballast, bleeder, limiter, load, piekspanning, pulsbelasting,
LED-lamp, schakelklok, Senseo, Senseo-syndroom).
We rekenen alles door met formules
over spanning en stroom, impedantie, condensator laden, etc,
verwerkt in CapCalc.
We volgen mijn jarenlange worsteling
voor het energetisch uitknijpen van schakelklokken.
Om de minimale energie te kunnen zien
die mijn klokken nu nog gebruiken
(ongeveer een dertigste van hoe ze uit de bouwmarkt komen),
heb ik een energiemeter aangepast om milliWatts te meten.
Deze energiemeter heeft zelf een voeding
volgens het principe van de ballastcondensator,
en past dus ook om die reden prima in deze lezing!
De Philips BX300U uit 1950 is een heel mooi "midden-Uutje",
een universeeltoestel met Rimlock buizen.
Het heeft Lange- en Middengolf plus een deel van de Kortegolf
(de 25- en 31 meter band).
We bespreken het radio-aanbod van Philips in 1950,
de ideeën achter U-toestellen en midden-Uutjes.
De BX300U heeft een paar bijzonderheden,
de raamantenne en een speciale vorm van bandspreiding.
Midden-Uutjes zijn goede radio's,
vaak met niet veel moeite weer aan het werk te krijgen.
We bespreken de meest voorkomende reparaties,
welke stappen nodig of wenselijk zijn,
wat er is gebeurd met andere BX300U's,
en het vervangen van de gloeiweerstand door een condensator.
Rond 1950 werd er veel naar de Korte Golf geluisterd
en fabrikanten leverden prachtige toestellen
om de hele wereld in huis te halen.
De Korte Golf beleefde hoogtijdagen,
niet alleen onder emigranten maar ook in de Nederlandse huiskamer;
waarom eigenlijk?
Een Korte Golf radio is niet gewoon een toestel met kleinere spoeltjes;
we bekijken enkele bekende en minder bekende Philips radio's
uit die tijd.
De Korte Golf werd steeds minder beluisterd,
en tegenwoordig zijn er weinig stations over.
Wat kun je nog horen en hoe pak je dat aan?
Tegenwoordig zijn er honderden websites waar verzamelaars
hun radio's tonen, maar dertig jaar geleden waren die er niet.
Hoe kwam je in 1994 aan informatie over oude radio's?
Deze lezing is een duik in de geschiedenis van het World Wide Web.
De LC-Kring heeft de persoon opgespoord die (voor zover bekend)
als eerste wereldwijd een site begon met vintage radio's;
zijn site is nu 30 jaar oud.
Hoe begon dat en waarom?
Welke ontmoetingen kwamen er uit voort?
Kan de site nog 30 jaar mee?
Elf jaar geleden kreeg ik een Erres KY107 uit 1930,
het eerste "all-in" radiotoestel met voeding en speaker
in een fraaie kast.
Bedieningsgemak en geluidskwaliteit waren ongekend.
De lezing vertelt hoe ik het toestel verkreeg
en weer tot leven bracht,
en hoe het schema in elkaar zit en werkt.
De radio was centraal in meerdere ontmoetingen
van radioliefhebbers.
Natuurlijk gaan we ook luisteren:
de Erres is selectief en gevoelig genoeg om
Lyca en Paradijs (op 1458 en 1467kHz) apart te horen.
Helaas zijn er minder zenders te ontvangen dan vroeger
en ze klinken ook anders.
We kijken daarom naar het on-air brengen van een "eigen" signaal,
met een minizender (bv de Ottozender).
Gelukkig zijn er zelfs oplossingen voor het zeldzamer
of duurder worden van de oude kwetsbare buizen:
de oude buis vervangen door een PC86 of halfgeleider.
Gerard Tel.